top of page

HELDER NAVIGEREN 
IN 

ONGEMAKKELIJKE
TIJDEN

INHOUD

Drie verhalen, zes woorden die door elkaar worden gehaald, één stad die zichzelf als organisme moet leren zien, vijf reistips.

INLEIDING

De verhalen

ÉÉN — DE GOFFER

TWEE — ASHBY

DRIE — DE MEREL

De taal

​VIER — DE WOORDEN

De stad

VIJF DE STAD

Het navigeren

ZES — DE VRAGEN

ZEVEN — DE APPS

Inleiding

inleiding

Stel je bent Goffer. Een strikt vegetarische Thomomys talpoides, ook bekend onder de Amerikaanse naam Pocket Gopher, oftewel Noordelijke Wangzakgoffer, kortweg Goffer. 

Hoe leuk kan het zijn om een symposium te beginnen met een flashmob, een grappig filmpje en een maffe beginzin over een goffer? Daar droom ik al 67 jaar van. En nu kan het eindelijk. Gewoon omdat het kan en omdat jullie me waarschijnlijk wel tolereren.

Tegelijk is dit het eerste en laatste moment in mijn hele werkzame leven dat ik zo'n grote zaal vol mensen voor me heb en iedereen in die zaal ook daadwerkelijk ken. Hoe fijn is dat. En hoe fijn om jullie allemaal hier bij me te hebben.

Ik sta hier als een vat vol gemengde emoties en gevoelens. Eigenlijk is dat nooit anders geweest. Ik ben tegelijk dat jongetje dat op de lagere school zijn eerste spreekbeurt moet houden en de 67-jarige man die gewoon te vol zit met levenservaring. Boos, verdrietig, opgewonden, blij, gelukkig en ongelukkig, aan het rouwen, ontroerd. Alles tegelijk. Als ik het af en toe niet droog hou en een beetje warrig overkom, moet je me maar vergeven.

Dit mini-symposium is mijn manier om "dank je wel" te zeggen tegen jullie allen. Elk van jullie heeft me ergens in de afgelopen 67 jaar iets geleerd, iets gegeven waar ik blij en warm mee verder ben gegaan. Ik hoop dat ik ook genoeg terug heb kunnen geven.

Maarten naast de lege stoel op het podium, 3 september 2026.

Ik heb een lege stoel op het podium gezet. Dat is de lege plek die ik hier achterlaat. Ik

had die plek met alle plezier nog jaren kunnen invullen. Never a dull moment in Rotterdam. Er is zóveel te doen hier, en ik heb nog zóveel te geven. Het heeft iets wrangs dat wetgeving en een stelletje juristen dan zeggen: nee meneer Nypels, het mag niet meer.

Maar that's life. En het maakt me misschien wel des te strijdbaarder. Want dat ben ik ten voeten uit: te paard.

En uiteraard blijf ik, ook nu ik afscheid neem van mijn werk hier, diezelfde gepassioneerde man die niet stil kan zitten. Om in Goffer termen te spreken: I never stop digging. I never stop flying had ook geklopt, maar ja, ik zit nu even aan die Goffer vast.

 

Als rechtgeaarde bioloog ga ik jullie inlevingsvermogen testen in drie verhalen, alle drie met een behoorlijk biologische insteek, iets wat ik op mijn werk eigenlijk veel te weinig kwijt kon. Daarna ga ik proberen er chocola van te maken en jullie met wat denk- en doewerk op het gebied van helder navigeren achter te laten.

.

Let’s go. Dus ik ga gewoon lekker nog een keer met die rare beginzin starten en jullie inlevingsvermogen op de proef stellen.

De Goffer

VERHAAL ÉÉN - DE GOFFER

Stel je bent Goffer.  Je graaft gangen, eet plantenwortels, bollen en knollen. Je geniet van je ondergrondse ganggraafwereldje. Je maakt wat je in de organisatiekunde zou kwalificeren als een "sterk verkokerd systeem". Je leeft helemaal op jezelf in een zelfgegraven gangensysteem. Je bent een loner. Maar je moet je natuurlijk ook voortplanten... Nou vooruit dan, voor dat ene doel graaf je een tussengangetje naar het particuliere gangenstelsel van een goffer van het andere geslacht. Jullie doen je ding en vervolgens trekt ieder zich weer terug in zijn/haar eigen gangenwereldje.

 

Misschien ben je, of ken je, Goffer-achtige fenomenen in jezelf of om je heen, in je organisatie....

Enfin nogmaals, je bent een Goffer. En je leeft in 1980 in de omgeving van een berg.  Op 18 mei van dat jaar gebeurt er iets wat nu ook wel een zwarte zwaan wordt genoemd. Een gebeurtenis die vrijwel niemand heeft zien aankomen en die vervolgens alles op zijn kop zet. Mount St. Helens, want zo heet de berg, blaast in een enorme explosie (met de kracht van 1600 Hiroshima atoombommen) haar eigen flank eraf. Een gebied van 600 km2, twee keer de stad Rotterdam,  verandert in één klap in een maanlandschap van totaal verschroeide kale, dode puimsteen. Alles is tot de horizon toe grijs.

Jij bent, met een behoorlijk aantal andere goffers in eerste instantie vrijwel het enige levende wezen dat het overleeft: je zit immers veilig in je eigen ganggraafwereldje onder de grond en de explosie en de warmte zijn over je hoofd geraast. Maar al gauw blijkt dat alle planten - jouw strikte en geliefde dieet -  verschroeid zijn en ook jij als Goffer legt uiteindelijk het loodje. Het hele landschap blijft totaal levenloos achter.

In een heel ander levens- en werkdomein zijn er ecologen die het gebied krijgen toegewezen om te bestuderen hoe het herstel na een dergelijke ramp in zijn werk gaat. Hun verwachting is helder:  het leven zal  keurig terugkruipen vanaf de groene randen naar binnen. Drie jaar na de explosie, in 1983, als het landschap voldoende is afgekoeld, zetten enkele van die ecologen, als een bijna terzijdse proef, een handjevol goffers voor één etmaal uit op een dood stuk helling. Ze laten de goffers één dag graven. Daarna worden ze weer weggehaald. Er is immers, hoe hard de goffers ook aan graven zijn geslagen, nog steeds geen plant te eten.

green_leaves_PNG3669.png

1983

Het doel is om te kijken of deze gravende knaagdieren het ecologisch herstel op korte termijn weer op gang kunnen brengen. Door de dikke laag vulkanische as en puimsteen is het landschap nog steeds volledig steriel en kan er niets groeien.

Het kortstondige experiment (één dag gravende goffers) heeft een verbluffend effect. Als wetenschappers zes jaar later terugkeren, vinden ze op de percelen waar de goffers hebben gegraven ruim 40.000 bloeiende planten. De omliggende, onaangeroerde gebieden blijven grotendeels onbegroeid.​​

Het graven van de goffers heeft oude, voedingsrijke aarde en vitale mycorrhiza-schimmels naar de oppervlakte gebracht. Zaden die komen aanwaaien vinden nu opeens symbiotische schimmelpartners, essentieel voor de opname van voedingsstoffen in onvruchtbare grond.

Recent onderzoek (gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Frontiers in Microbiomes) toont aan dat het effect van die ene dag graafwerk na meer dan veertig jaar nog steeds zichtbaar is.  In die opgedolven onderwereld, begon alles opnieuw. Een piepklein, ogenschijnlijk irrelevant verschil — een gravend knaagdier — bleek het scharnier van een heel systeem. Het stond in geen enkel draaiboek.

Deze verkokerd gravende goffers (vaak "schadelijk" genoemde knaagdieren) blijken cruciale ecosystem engineers die na een natuurramp de biologische klok tientallen jaren vooruit kunnen zetten.

Allen & McMahon, experiment 1983; Maltz et al., Frontiers in Microbiomes, 2024; UC Riverside News, 5 nov 2024.

Ashby

VERHAAL TWEE - ASHBY

1955 Ashby's lab at barnwood house hospital
W._Ross_Ashby_(1948)

Stel, het is 1947 en je wandelt toevallig rondom Barnwood House.

Barnwood House is een psychiatrische kliniek in Gloucester, Verenigd Koninkrijk. Grote kans dat als je je daar het hoofdgebouw in loopt en bij het aldaar gevestigde lab aanklopt dat je  een  meneer W. Ross Ashby de hand kunt schudden. Hij werkt daar om te snappen hoe chronisch geesteszieke en getraumatiseerde mensen (uit bijvoorbeeld de oorlog) geholpen kunnen worden. Het aparte van Ashby is dat zijn fascinatie niet eens zozeer psychologisch maar vooral fysiek, biologisch en mechanisch is. 

Hij stelt hele simpele maar fundamentele vragen: wát ís
aanpassing (oftewel: hoe blijven mensen gezond) en wát ís een instorting (oftewel: hoe worden mensen ziek of gaan ze zelfs dood?) in fysieke termen? Zijn antwoord draaide de gangbare kijk om. In zijn eigen woorden...

"To the biologist the brain is not a thinking machine,

it is an acting machine."

("Voor de bioloog zijn de hersenen geen denkende machine, maar een handelende machine.")

Dat handelen is niet zomaar handelen, het heeft een duidelijk permanent doel: de voorwaarden waaronder het organisme levend kan blijven overeind houden. Voor mij als menselijk systeem: zorgen dat mijn interne temperatuur tussen de 30 en 42 graden blijft, dat mijn suikerspiegel tussen strikte niveaus blijft.

Essentiële interne condities bij de mens

Negen variabelen, negen orgaansystemen die ze bewaken. Ashby noemde ze essentiële variabelen: wat buiten zijn grenzen raakt, brengt het hele systeem in gevaar. Wat er allemaal, elke seconde, binnen strikte grenzen wordt gehouden zonder dat je er iets van merkt:

Chemische balansen (longen, nieren, bloed-buffersystemen, alvleesklier, lever, urinewegsysteem, endocriene systeem)

  • Bloed-pH (zuurgraad): tussen 7,35 en 7,45

  • Bloedsuikerspiegel: tussen 4 en 6 mmol/L (nuchter)

  • Elektrolytenbalans: natrium, kalium, calcium en magnesium binnen nauwe concentraties

Fysieke basistoestanden (huid, spieren, zenuwstelsel, hart en vaten, urinewegen, hypothalamus en hypofyse)

  • Kernlichaamstemperatuur: tussen 30 en 42 graden, wil je het overleven; normaal tussen 36 en 38

  • Bloeddruk: bovendruk tussen 90 en 180 mmHg

  • Vochtbalans: tussen 275 en 300 mOsm/kg

Continue toe- en afvoer (ademhaling, hart en vaten, zenuwstelsel, urinewegen, spijsvertering)

  • Zuurstofverzadiging: onder de 94% is alarm

  • CO2-afvoer: tussen 35 en 45 mmHg

  • Afvalstoffenverwerking (nierfiltratie): onder 60 mL/min is alarm

De hersenen zijn geen denkorgaan maar een stabiliteitsorgaan — hun taak is de "essentiële variabelen" (zie hierboven) van het organisme binnen leefbare grenzen te houden. Zijn definitie, kaal en klinisch: "a form of behaviour is adaptive if it maintains the essential variables within physiological limits" ("Een gedragsvorm is adaptief als deze de essentiële variabelen binnen fysiologische grenzen houdt"). Dat is een regelrechte uitbreiding van Cannons homeostase (Cannon beschreef in 1926 het vermogen van het lichaam om een stabiel inwendig milieu te handhaven ondanks veranderingen van buiten) van het lichaam naar het gedrag.Ashby publiceerde dit idee al in 1940  — veelzeggend — in een psychiatrietijdschrift, onder de titel "Adaptiveness and equilibrium".

Alan Turing en the ACE (Turing machine)
Ashby en de Homeostat

In het lab dat we eerder zagen bouwde Ashby— samen met zijn latere schoonzoon Denis Bannister, uit vier afgedankte bommenrichtkasten van de Royal Air Force — een machine die hij de Homeostat noemde.

 

​​Ross Ashby en Alan Turing zijn tijdgenoten. Ze kenden elkaar. Alan Turing bouwde ACE (de Automatic Computing Machine - in de volksmond ook wel de Turing Machine genoemd). Alan Turing bood hem in 1946 aan de homeostat te simuleren op de ACE, de computer die hij aan het bouwen was. Ashby heeft het aanbod afgeslagen: hij wilde met de homeostat iets anders bewijzen dan rekenkracht. 

Ashby gebruikte vier elektromechanische schakelsystemen (Bomb Control Units) die waren ontworpen om sensorische input te verwerken en om te zetten in fysieke outputs om bijvoorbeeld de koers van een vliegtuig of de afwerphoek van een bom te corrigeren. Ashby schakelde vier van deze systemen aan elkaar zodat ze elkaars input en output werden. Bovenop elke unit een magnetische naald. Hij verstoorde één naald, dit werd geregistreerd door de andere drie units waardoor er een proces van onderlinge beinvloeding op gang kwam: alle vier de naalden kwamen in beweging. Samen zochten de vier units een nieuwe stabiele configuratie. En vonden er een. Time Magazine schreef in januari 1949 dat Ashby het apparaat beschouwde als 'the closest thing to a synthetic human brain so far designed by man'.; Norbert Wiener noemde Ashby's werk een van de grote filosofische bijdragen van zijn tijd. De wet die bij de homeostat hoorde kwam acht jaar later op papier.

​​​​

Cover van An introduction to cybernetics

Het principe waar Ashby op mikte (en waar hij Turing's ACE machine als vooral rekenkrachtmachine niet bij nodig had) kreeg een naam: de wet van vereiste variëteit. In 1956 geformuleerd door W. Ross Ashby in An Introduction to Cybernetics. In het Engels: only variety can absorb variety. Wiskundig dichtgespijkerd, sindsdien zonder weerlegging, en in zeventig jaar toegepast in de psychologie, organisatiekunde, ecologie, neurowetenschap, en het ontwerp van levensvatbare bedrijven en zelfs hele economieën.
Dus terwijl je daar liep te wandelen rondom Barnwood House heb je zomaar even kennisgemaakt met een van de belangrijkste wetten van het leven:

Als je interne variëteit aan handelingsmogelijkheden niet past
bij de externe variëteit aan prikkels die op je afkomen,
dan stort je in en/of leg je het loodje.

De Merel

VERHAAL DRIE - DE MEREL

Stel je bent een merel.  Je scharrelt hongerig over een grasveld om voedsel te vinden voor de jonge merels in je nest. Voor je ligt hun ontbijt: een worm, een insect, dierlijke eiwitten verstopt tussen honderden grassprietjes en bodemdeeltjes. Om niet te verhongeren moet je precies die worm pakken als hij zich laat zien, en al het andere negeren. Dat vraagt een smalle, scherpe, grijpende blik: één doel, scherpgesteld, de rest weggefilterd als ruis.

Maar terwijl je kop naar beneden is, gebeurt bóven je iets waar geen worm of insect je voor waarschuwt. Een schaduw. Een kat in het gras. Een havik die indraait. Om niet zélf het ontbijt te worden, moet je op exact hetzelfde moment een tweede soort aandacht openhouden: breed, waakzaam, nergens op gericht en juist daarom klaar voor alles. Voor, in de woorden van psychiater Iain McGilchrist, "wat het verder ook moge zijn, of het nu een partner of het lot is, een vriend of een vijand."

Dat is de opgave waarin elke vogel elke seconde leeft:

twee soorten aandacht tegelijk nodig hebben die elkaar uitsluiten.

 

De smalle blik die grijpt, en de wijde blik die waakt. Kun je als merel met dezelfde aandacht een wormhoofdje traceren én tegelijk de hele lucht bewaken? McGilchrist noemt het:

"quite a feat: two types of consciousness at once in the same brain"

"Een behoorlijke prestatie: twee soorten bewustzijn tegelijk in hetzelfde brein."

Het blote brein waarop duidelijk de twee hersenheflten zichtbaar zijn
Hersenfoto met neurons
Creatieve verbeelding hersenhelften

De natuur loste het op een even merkwaardige als inventieve manier op. En die oplossing dragen jullie, wij, zoals we hier zitten als voorlopig tussenstation in de evolutie, allemaal mee hier in onze hersenpan. Alle hersenen, van elk dier dat hersenen bezit, zijn tweeledig. Bij de tijgermug en de worm zijn het nog gepaarde zenuwknopen, links en rechts, spiegelbeeldig, en nu al niet gelijk: een honingbij onthoudt geuren beter met haar rechter antenne, en zelfs een rondworm van een millimeter proeft links iets anders dan rechts. Die oude bouwsteen, tweeledig en ongelijk, hebben de gewervelden (merel, goffer, nijlpaard, vleermuis, gorilla, wij) uitgebouwd tot twee volwaardige hersenhelften met een diepe kloof ertussen, slechts verbonden door een relatief onbeduidend aantal verbindingen.

Waarom?

Laat nu verbindingen precies de raison d'être zijn van het fenomeen hersenen: miljarden neuronen die er alles aan doen om zoveel mogelijk zinvolle verbindingen te maken. Waarom dan die tegenstrijdige "actie" om dat geheel doormidden te "snijden"? Het antwoord is al gegeven: we hebben om te overleven twee soorten aandacht nodig. De scherpe, nauwe, grijpende, precieze blik, en de brede, overzichtswakende, begrijpende blik. En de taakverdeling die de kuikens laten zien, rechteroog voor het pikken, linkeroog voor de havik, is bij vissen, padden, vogels en zoogdieren teruggevonden. Ze is vermoedelijk een erfenis van de gemeenschappelijke voorouder van alle gewervelden, zo'n vijfhonderd miljoen jaar oud.

En de stille pointe, die geen vogel hardop stelt: het gaat pas mis wanneer één van de twee blikken de ander overstemt. Een vogel die alleen nog maar pikt, eet uitstekend, tot precies het moment waarop hij zelf gegeten wordt. De vraag is nooit wélke blik je kiest. De vraag is welke van de twee, als het erop aankomt, het laatste woord krijgt.

Aandachtskwaliteiten van beide hersenhelften

Aandachtskwaliteiten hemispheren.png
Creatieve verbeelding hersenhelften
Anchor Woorden

VIER - DE WOORDEN

Drie verhalen - en wat hebben ze met helder navigeren te maken?

Elk verhaal heeft, terwijl je naar me luisterde, één of meer woorden in je oor gedrukt. Verschil. Variatie. Variëteit. Diversiteit. Complexiteit. Ongelijkheid. Aandacht.

Deze begrippen worden in het dagelijks Nederlands, en zeker in de taal van publieke organisaties, fiks door elkaar gerommeld. Dat doet me voortdurend pijn aan de oren. Maar erger nog: voor helder navigeren is het niet handig. Wie ze niet onderscheidt, mist precies waar het op aankomt. Juist in organisaties en steden die weerbaar en vitaal willen zijn, verzwakt die slordigheid in taal en concepten wat we proberen te bouwen. Laten we even vertragen en de woorden en hun onderlinge samenhang verkennen.

Taal doet er toe
  • Verschil: twee dingen zijn niet hetzelfde.

  • Ongelijkheid: hoe zijn verschillen verdeeld?

  • Variatie: hoe sterk verschillen waarden van elkaar binnen een populatie of systeem of meting.

  • Diversiteit: hoeveel verschillende soorten in een ecosysteem voorkomen, en in welke verhoudingen.

  • Complexiteit: veel verschillende elementen interacteren op niet-lineaire manieren.

  • Variëteit: is een vermógen. Niet wat is, maar wat kan. Dat wat nodig is om complexiteit aan te kunnen. Variëteit bepaalt handelingsruimte en overlevingskans.

En al deze begrippen krijgen nog eens een rijkere lading als je ze bewust aandacht geeft op de manieren van de rechter- en linkerhersenhelft. In het programma Vitale systemen hebben we die aandacht een makkelijk frame gegeven: uitzoomen en inzoomen.

Uitzoomen is je rechterhersenhelft aan het werk zetten: wat zie je als je boven alles probeert te hangen? Welke betekenis geef je aan wat je ziet? Begrijp je eigenlijk wel goed genoeg wat je ziet? Hoe verhouden alle onderdelen zich tot elkaar?

Taal doet er toe (2)

Inzoomen is je linkerhersenhelft aan het werk zetten: hoe kan ik dat wat ik zie gebruiken? Kan ik er een kaart van maken om navigatie te vergemakkelijken? Wat zijn de partiële logica's die aanwezig zijn? Hoe werkt het technisch precies? Kan ik er een standaardisering in ontdekken?

Antwoorden die je vindt zijn vervolgens weer aanleiding om van hersenhelft te switchen en opnieuw vragen te doorlopen. Het heen en weer switchen, het in- en uitzoomen, is hier de essentiële tool om complexiteit te doorgronden.

Verschil
Ongelijkheid
Variatie
Diversiteit
Complexiteit
Variëteit
Aandacht
Anchor Rotterdam

VIJF - DE STAD

Nu zul je als argeloze niet-Rotterdammer denken: waar gaat dit allemaal over? Laten we ook hier een inleefexperiment doen.
Iets waar eigenlijk elke ambtenaar iedere dag bij het ontbijt mee moet beginnen:

Stel je bent Rotterdam.png

De stad Rotterdam is, net als iedere andere stad, te beschouwen als een systeem, als een levend organisme. Een groot, hypercomplex levend systeem. En dat systeem heeft te dealen met een waanzinnig aantal prikkels van buitenaf. Zaken waar je als organisme Rotterdam weinig aan te willen hebt. Je moet er als Rotterdam gewoon mee dealen. En als je er niet mee dealt, dan heb je onmiddellijk stevig stront aan de knikker.

 

Dus bekijk wat je gaat zien met de wet van Ashby: dit is de variëteit aan externe omstandigheden die op je afkomt. Vraag je dan onmiddellijk af: heb ik de variëteit aan handelingsmogelijkheden om dit allemaal aan te kunnen?

Waarschuwing vooraf: het is niet eens een compleet verhaal.

Dit zijn de witte zwanen die we kunnen zien.

Ergens diep verborgen zwerven er ook nog zwarte zwanen rond.

Hou je vast.

Heb je, als Rotterdam zijnde, voldoende variëteit in huis om deze variëteit aan complexiteiten aan te kunnen?
 

Roept u maar. Suggesties? Protocollen, regels, oefeningen, sterker bestuur?
 

Mijn simpele antwoord op de vraag, na zestien jaar werken in Rotterdam: nee. We hebben bij lange na niet genoeg variëteit in huis. Niet genoeg vermogen om een grote hoeveelheid crisissen en kantelpunten tegelijk aan te kunnen.
 

Is Rotterdam op weg naar beter vermogen? Ja. Programma's als Vitale systemen, Weerbaarheid en Resilience zijn bezig dat betere vermogen te zoeken. Maar de weg is lang en weerbarstig. Het zijn nog steeds "programma's" - dingen die per definitie ergens een einddatum kennen. Variëteit heeft geen einddatum. Het is een essentiëel vermogen dat er altijd moet zijn. Op straffe van grootscheeps falen. De mogelijkheid van terugvallen in oude patronen (opknippen, simpelweg vergeten, of net doen alsof het niet bestaat) is levensgroot aanwezig.

Het probleem is dat bijna niemand zich realiseert dat dit aan de hand is. 
 

Dus "we" zitten wel op de weg naar helder navigeren, maar "we" zijn er nog lang niet.

Anchor Vragen

ZES - DE VRAGEN

Vijf cruciale vragen, thema's, hartenkreten om mee te nemen op weg naar helder navigeren

Stel je bent gezagvoerder over een schip dat de toekomst in gaat varen...

En je vraagt je af: hoe draag ik zorg voor een
heldere navigatie in deze ongemakkelijke wereld?
Dat schip staat nu even symbool voor jouw stad (maar is dat natuurlijk net goed voor jouw straat, wijk, provincie, land, continent en wereld).

Dan heb ik een vijftal cruciale vragen, thema's, hartenkreten voor je. Ze representeren handelingsvelden waar heel veel aandacht naartoe moet, gewoon omdat je anders bij de eerste de beste storm gaat kapseizen of lek slaat.

Tegelijk zijn het naar mijn mening vragen die zelden expliciet aan de huidige gezagvoerders en stuurlui gesteld worden. En ze stellen zichzelf ook niet die vragen. Hoor het ook als een pleidooi voor een nieuwe inrichting van werkvelden in de overheid.

Het zijn naar mijn gevoel vragen die elke politiek overstijgen, maar gezien kunnen worden als algemene ambtelijke verantwoordelijkheden.


 

Vraag 1

Weet je wat aan boord moet zijn?

Wat zijn de essentiële variabelen van een levenskrachtige stad? Wat mag je als stad nooit verliezen, binnen welke normen moet je per se blijven om als stad te kunnen blijven functioneren? Wat houdt je als stad en als mensen weerbaar, veerkrachtig, lerend en veranderkrachtig? Probeer daar eens een totaaloverzicht van te maken. Met het Vitale systemen programma hebben we daar in Rotterdam (en nu ook in Amsterdam, Utrecht en Nijmegen) een begin mee gemaakt, maar we zijn er bij lange na nog niet. Hoe staat de vitaliteit en variëteit van het geheel aan vitale systemen ervoor? Wat zijn feitelijk de stedelijke equivalenten van bloeddruk, lichaamstemperatuur, zuurstofgehalte?

image21.png

Vraag 2

Ken je het gehele weersysteem?

Wat is nu werkelijk de samenhang van de stad, en wat is het diepste doel van die samenhang? Wat is het geheel aan vitale systemen dat voor een betekenisvolle omgeving zorgt voor alle Rotterdammers? Wie bijdraagt aan betekenisgeving, en die bijdrage ook van anderen voelt, is als vanzelf meer weerbaar. Wat zijn de overall diepste doelen die je met het geheel wilt verwezenlijken? Tip: wat dacht je van planetaire en humanitaire gezondheid?

vitale_systemen_overzicht_EN_2400x1600px.png

Vraag 3

Hoe groot is je variëteit?

Wie tevreden is met één enkele reisroute (één plan, één protocol, één regel, één beleid) heeft te weinig voor de woelige werkelijkheid. En nee, dat los je niet op met nog een plan, nog een protocol, nog een regel of nog meer beleid; plannen en regels zijn niet slecht, ze zijn alleen niet genoeg. Het is de variëteit, stupid.Wie geen rijk palet aan handelingsmogelijkheden en reserves heeft, wie geen plan B en C heeft, komt nooit verder en raakt snel aan lager wal.

Vraag 4

Wie stuurt wat en waartoe?

Overleven, leven en reizen naar morgen, doe je in essentie samen, hoewel de hele huidige samenlevingscultuur je voortdurend wijsmaakt dat je vooral voor jezelf moet zorgen.  De vraag die altijd opdoemt: Wie stuurt wat? Het is belachelijk om ervan uit te gaan dat er één loket is waar iedereen terecht kan en moet als het stormt en alle formele communicatie op z'n gat gaat. Maar een stuur verdeel je niet door het simpelweg op te knippen. Dat is foptimalisatie. Dat is de illusie waar we al heel lang in volharden. Hoe zorgen we werkelijk voor samenhang? Hoe zorgen we dat elk onderdeel van het schip ook stuurt, voelt en handelt als bijdrage aan een sterker groter geheel? Hoe ziet werkelijke samenredzaamheid eruit? Maar tegelijk ook: hoe zorg je dat als vanzelf duidelijk is waar de grenzen van gedistribueerde sturing liggen?

01_vitale_systemen_met_label_NL_512px.png

Vraag 5

Hoe hou ik aandacht voor vandaag èn morgen tegelijk?

Het is op je schip nooit vandaag "of" morgen. Nooit nauwe focus "of" brede waak-blik. Nooit inzoomen "of" uitzoomen. Het is altijd "en", "en", "en". Ontwikkel de balans tussen en effectieve volgorde tussen het gebruik van  je hersenhelften (uitzoomen en inzoomen). Weerbaarheid draait om vier vermogens die je alle vier tegelijk in huis moet hebben: anticiperen, herstellen, leren, veranderen. Blijf overeind én blijf worden. Hoe zorg je dat iedereen aan boord eigenaar en verzorger wordt van deze vier vermogens? Hoe zorg je dat iedereen in Rotterdam eigenaar en verzorger wordt van deze vermogens?

Anchor Apps

ZEVEN - DE APPS

Spelen, oefenen, leren (repeat)

Ik heb , zoals beloofd, twee apps gemaakt. Om mee te spelen, om mee te oefenen, om te leren omgaan met het nieuwe vocabulair dat ik je heb proberen mee te geven.

Ze zijn nooit af, ze kunnen altijd beter. Als je op ideeën komt: laat het me weten...

Speel ze!

Blijf overeind en blijf worden.

Een keynote is natuurlijk altijd het effectiefst in een live setting. En nog veel beter: in combinatie met een masterclass. Je kunt me altijd inplannen voor een mooie sessie. Met deze keynote of een van de andere uit mijn repertoire: vitale systemen en weerbaarheid/resilience. 

Deze keynote was onderdeel van een mini-symposium "Helder navigeren in ongemakkelijke tijden", dat werd gehouden op 3 september 2026 in Rotterdam. Om mijn nieuwe levensfase als ZZP-er in te luiden.

Voor degenen die erbij waren (of er graag bij hadden willen zijn) vind je hieronder een link naar een multi-media-pagina die dat laat zien wat er allemaal nog naast deze keynote tijdens het mini-symposium gebeurde:
(1) De muziek: ik maakte muziek met een gelegenheidsband van 9 mensen met daarin familie, vrienden en collega's.
(2) de opbrengst van het levensloop-spel dat door mijn collega's was georganiseerd 
(3) de playlist van alle nummers die de aanwezigen bij mij vonden horen
(3) een selectie van foto's en de films van "the making of", het event zelf en de nadronk met mijn lieve partner en kinderen.

©2026 door Maarten Nypels.

bottom of page