
WAT ME INSPIREERT
Andere aandachten
Galerij van mensen die anders keken
Dit is een galerij van mensen die ik tegenkwam toen ik zocht naar onderbouwing van wat ik zag. Verbazend vaak hadden ze hetzelfde meegemaakt: ze hadden iets gezien, en het werd een tijd lang volledig genegeerd.
Deze mensen zijn niet beter, niet slimmer: ze hebben gewoon een andere soort aandacht dan hun omgeving. Ze zagen vaak gehelen waar hun vak slechts losse onderdelen zag, of tilden juist details naar boven die alles in ander daglicht zetten. Ze betaalden daarvoor met iets wat op miskenning lijkt: genegeerd, bij één discipline ondergebracht, als lastig ervaren, pas laat gelezen.
Het patroon van deze galerij is in de wetenschap gemeten. Het heet sleeping beauties: publicaties die decennia ongelezen blijven en dan "wakker worden", bijna altijd doordat een ander vakgebied ze oppakt (Van Raan 2004; Ke e.a. 2015). De aandacht die de auteurs op het moment van publicatie brachten was niet fout. Ze paste niet in de hokjes van dat moment. De tijdlijn laat per persoon zien hoe lang het wachten duurde, en bij wie het nog duurt. Klik op een naam om naar het portret te springen.
NIVEAU 1 - HET BREIN
Twee aandachten in één schedel
Lesley Rogers
(1943 · bioloog)
WAT ZE ZAG
Dat een kuiken met het ene oog het pikken stuurt en met het andere de lucht in de gaten houdt, en dat het brein van bijna elk gewerveld dier dus twee aandachten heeft. Het dogma was dat lateralisatie uniek menselijk was, gebonden aan taal.
WAT ERMEE GEBEURDE
Haar eerste bewijzen bij kuikens (1979, met Anson) werden twintig jaar als curiositeit behandeld. Pas rond 2005, toen Vallortigara en zij lieten zien dat het een regel is over het hele dierenrijk, werd het een vakgebied; Divided Brains (2013) is het standaardwerk. Zonder haar geen merel in de keynote en geen harde basis onder McGilchrist.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
In mijn keynote "Helder navigeren in ongemakkelijke tijden" laat ik een merel de plaats innemen van het Lesley's kuiken.
MIJN ONTMOETING MET LESLEY
Ik heb biologie gestudeerd van 1978 tot 1986. Haar inzicht viel midden in die studietijd en is nooit daar tot me gekomen. 38 jaar later, 2024, las ik "The matter with things". Zo bracht McGilchrist me op haar spoor.
Iain McGilchrist
(1953 · psychiater, filosoof)
WAT HIJ ZAG
Dat de twee aandachten een wereldbeeld maken: de linkerhelft re-presenteert, in categorieën, zeker van zichzelf en blind voor wat erbuiten valt; de rechter presenteert, het geheel, het levende, het dubbelzinnige. En dat een cultuur kan kiezen welke helft het laatste woord krijgt.
WAT ERMEE GEBEURDE
The Master and His Emissary (2009) werd door lezers omarmd en door de neurowetenschap op afstand gehouden. De aandachtsasymmetrie is hard; zijn cultuurdiagnose is interpretatie, en zo moet je hem lezen. Dat is de hedendaagse vorm van de miskenning: niet genegeerd maar betwist, en daarmee makkelijk weg te zetten door wie niet verder wil lezen.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
De twee soorten aandachten zijn een cruciaal onderdeel van mijn gehele aanpak. De makkelijkste vertaling in elk gesprek: zorg dat je blijft uit- en inzoomen.
MIJN ONTMOETING MET IAIN
Iain kwam mijn leven binnendenderen via zijn kloeke tweedelige boek "The matter with things". Ik had nog nooit zo'n rijk, overtuigend en uitdagend boek gelezen. Het voelde als thuiskomen. Na Iain was mijn kijk op "aandacht" definitief verandert en verrijkt.
Antonio Damasio
(1944 · neuroloog)
WAT HIJ ZAG
Dat gevoel geen storing van het denken is maar de grond ervan. Emoties zijn automatische actieprogramma's van het lichaam, gevoelens de ervaring ervan, en bewustzijn is het middel waarmee een organisme zijn eigen toestand kent. Hij zag het bij patiënten als Elliot: intact IQ, geen gevoel meer, en daardoor niet meer in staat tot één beslissing.
WAT ERMEE GEBEURDE
Descartes' Error (1994) werd een bestseller en de cognitieve neurowetenschap bleef cortex en berekening centraal stellen; zijn hypothese van de somatische markers werd fel aangevallen, zijn bewustzijnstheorie door de grote modellen grotendeels genegeerd. In organisaties geldt nog steeds het omgekeerde van wat hij aantoonde: haal de emotie uit het besluit. Pas via Panksepp en Solms wordt zijn lijn, gevoel eerst, nu hoofdstroom in het bewustzijnsonderzoek.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Als een levend systeem alleen maar kan overleven met voldoende variëteit dan moet die variëteit dragers hebben in die systemen. Damasio maakt glashelder dat "gevoel" een uiterst belangrijke detector is van onvoldoende variëteit.
MIJN ONTMOETING MET ANTONIO
Antonio had mij in 1994 meteen te pakken met zijn vergissing van Descartes: je kunt niet denken zonder te voelen. Ook maar de geringste zelfreflectie brengt je tot dezelfde conclusie. "het gelijk van Spinoza" (2003) verrijkte dat: Ook Spinoza zag emoties, vreugde en verdriet niet als 'storingen' van de rede, maar als biologische drijfveren die ons helpen om in leven te blijven. Wow! In mijn vertaling nu: gevoel en rede zijn samen te motor achter gezonde variëteit
NIVEAU 2 - DE PERSOON
De sprong van spoor naar geheel
Charles Sanders Peirce
(1839 · 1914, logicus, natuurkundige)
WAT HIJ ZAG
Dat er naast deductie en inductie een derde manier van denken bestaat: abductie, de sprong van een verrassend spoor naar de hypothese die het verklaart. De enige vorm van redeneren die iets nieuws oplevert, en de vorm waarmee elke detective en elke goede diagnosticus werkt.
WAT ERMEE GEBEURDE
Ontslagen bij Johns Hopkins (1884), de rest van zijn leven arm en zonder leerstoel, tienduizenden ongepubliceerde pagina’s. De Collected Papers verschenen pas vanaf 1931. Nu geldt hij als de grootste Amerikaanse filosoof. Zijn tijd had één fout gemaakt: ze had geen hokje voor iemand die logica, scheikunde, sterrenkunde en tekenleer tegelijk deed.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Dat verzameling aan urbane basisvoorzieningen eigenlijk gewoon een rammelend en kwetbaar geheel vormen was voor veel mensen een "verrassend verschijnsel". De hypothese dat we iets als een programma Vitale Systemen nodig hadden was de abductie-stap die we nodig hadden.
MIJN ONTMOETING MET CHARLES
Ik weet niet meer zeker waar ik Charles als eerste tegenkwam, maar mijn eigen hunch dat onze redeneerwereld toch echt niet alleen uit deductie en inductie kon bestaan werd met abductie tot een stevige overtuiging: je ziet een effect of een verrassend verschijnsel en zoekt via een nieuwe hypothese naar de oorzaak die dit het best kan verklaren. De clou zit hem natuurlijk ook in het gegeven of je überhaupt openstaat voor "verrassende verschijnselen" en goed bent in het bedenken van nieuwe hypothesen.
Carlo Ginzburg
(1939 · historicus)
WAT HIJ ZAG
Dat de kunstkenner, de arts en de detective hetzelfde doen: uit kleine, verwaarloosde sporen een geheel reconstrueren dat zich niet rechtstreeks laat zien. Hij noemde het het evidentiële paradigma (Spie, 1979) en zette het naast de wetenschap van wetten en gemiddelden als een tweede, even oude manier van kennen.
WAT ERMEE GEBEURDE
De semiotiek pakte het meteen op (Eco en Sebeok, 1983); de geschiedwetenschap noemde het microgeschiedenis en zette het in een hoek. Als kennistheorie voor wie organisaties en steden moet lezen, is het nog nauwelijks ontdekt.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Eenmaal op weg met het programma Vitale systemen leidde tot het vinden van een respectabele hoeveelheid kleine verwaarloosde sporen, die bij elkaar een aantal niet te vermijden conclusies rechtvaardigden.
MIJN ONTMOETING MET CARLO
Toen ik eenmaal Carlo's inzicht gelezen had wist ik: dit was al heel lang een volledig vanzelfsprekend onderdeel van mijn "kennen". En dit zou ook bij organisaties een vanzelfsprekend onderdeel van hun "kennen" moeten zijn.
NIVEAU 3 - HET TEAM
REGELVERMOGEN ALS SLEUTEL
Ulbo de Sitter
(1930 · 2010 · socioloog, organisatieontwerper)
WAT HIJ ZAG
Dat je een organisatie moet ontwerpen vanuit de verstoringen die ze moet opvangen, en dat het vermogen om die op te vangen, het regelvermogen, bij de uitvoering hoort en niet bij de leiding. Zijn formule: van complexe organisaties met eenvoudige taken naar eenvoudige organisaties met complexe taken.
WAT ERMEE GEBEURDE
Op weg naar nieuwe fabrieken en kantoren (1981, voor de WRR) werd beleefd ontvangen en door de Nederlandse managementwereld terzijde gelegd ten gunste van Amerikaanse modellen; zijn hoofdwerk verscheen nooit in het Engels, één artikel wel (Human Relations, 1997). De moderne sociotechniek overleefde in een kleine kring van ontwerpers en in Vlaanderen. Hij is de enige Nederlander in deze galerij.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Regelvermogen is de kern van variëteit op team en organisatieniveau.
MIJN ONTMOETING MET ULBO
Toen ik zijn adagium "van complexe organisaties met eenvoudige taken naar eenvoudige organisaties met complexe taken" las trof me dat als een bliksem. We komen om in de complexe organisaties - ik heb er zelf decennia lang onderdeel vanuit gemaakt. Ik bleek een van de weinige personen die zichzelf complexe taken ging toeeigenen, omdat die simpelweg in de organisatie geen plek hadden maar wel broodnodig waren.
NIVEAU 4 - DE ORGANISATIE
REGELEN IS EEN KWESTIE VAN AANTAL
W. Ross Ashby
(1903 · 1972, psychiater, cyberneticus)
WAT HIJ ZAG
Dat regelen een kwestie van aantal is: wie minder antwoorden heeft dan de wereld vragen stelt, verliest. Hij vond het als psychiater in een inrichting, kijkend naar patiënten, niet als wiskundige.
WAT ERMEE GEBEURDE
De wet van de vereiste variëteit (1956) is de meest geciteerde zin uit de cybernetica en komt in vrijwel geen managementopleiding voor. De cybernetica claimde hem; de organisatiekunde las hem niet. Wie “variëteit” zegt in een bestuurskamer, moet het nog altijd uitleggen. Van alle mensen in deze galerij is hij degene bij wie de slaap het langst duurt.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Ashby is de hoeksteen van vrijwel alles waar ik mijn kennis en methoden op baseer en ontwikkel. Het begrip variëteit is niet door hem uitgevonden, maar hij is wel degenen die het optilde naar een wet.
MIJN ONTMOETING MET ROSS
De homeostat-machine was de wonderlijke trigger om met Ross kennis te maken. In mijn keynote "Helder navigeren in gemakkelijke tijden" klop ik in 1949 aan bij zijn lab in Barnwood om meer te weten over zijn wonderlijke ingevingen als psychiater van getraumatiseerde mensen,
Herbert Simon
(1916 - 2001 · econoom, cognitiewetenschapper)
WAT HIJ ZAG
Dat complexe systemen bijna-ontkoppelbaar zijn: ze bestaan uit onderdelen die van binnen sterk en onderling zwak verbonden zijn, zodat je ze dichtbij en kort bekeken voor eenvoudig kunt houden. En dat evolutie daarom in stabiele tussenvormen werkt: de parabel van de twee horlogemakers (The Architecture of Complexity, 1962).
WAT ERMEE GEBEURDE
Simon kreeg de Nobelprijs (1978) voor begrensde rationaliteit, en iedereen kent dat begrip. Near-decomposability, het diepere idee, bleef liggen tot de ontwerpwetenschap het rond 2000 opraapte (Baldwin en Clark). Beroemd om het verkeerde begrip is ook een vorm van niet gezien worden.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
De notie dat grote complexe systemen zijn opgebouwd uit heel veel semi-autonome deelsystemen en dat de verbinding tussen deelsystemen veel minder snel werkt dan de verbinding intern de deelsystemen zelf. Maar belangrijkste inzicht voor mij: medewerkers binnen een afdeling overleggen continu met elkaar; contact tussen verschillende afdelingen gaat trager en via management. In het vitale systemen programma hebben we medewerkers van verschillende afdelingen in een bijan permanent overleg gezet: dat kwam eigenlijk al vrij snel het grotere geheel te goede.
MIJN ONTMOETING MET HERBERT
Het inzicht van near-decomposability is een van die inzichten waarvan je onmiddellijk denkt: ja, natuurlijk werkt dat zo, waarom heeft het zo lang geduurd dat iemand het zag.
NIVEAU 5 - DE STAD
REGELEN IS EEN KWESTIE VAN AANTAL
Warren Weaver
(1894 · 1978 · wiskundige, wetenschapsorganisator)
WAT HIJ ZAG
Dat er drie soorten problemen zijn: eenvoud (weinig variabelen), ongeorganiseerde complexiteit (miljoenen variabelen, statistiek) en daartussen georganiseerde complexiteit, een handvol variabelen die elkaar beïnvloeden, waar de wetenschap geen methode voor had (Science and Complexity, 1948).
WAT ERMEE GEBEURDE
Hij bleef “de man naast Shannon” in de informatietheorie. Zijn essay werd pas gelezen toen Jane Jacobs er in 1961 het laatste hoofdstuk van haar boek op bouwde: een stad is een probleem van georganiseerde complexiteit. De complexiteitswetenschap die veertig jaar later ontstond, noemde hem zelden.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
De inzichten van Weaver zijn cruciaal in het doorgronden van de context ronbdsom complexiteiten en variëteiten. Net als Ashby een hoeksteen van het grotere geheel.
MIJN ONTMOETING MET WARREN
Riep meteen enorme verbazing op. Studeer ik achtjaar biologie en nergens in de opleiding maak je kennis met dit soort denken. Waarom??? Biologie gaat puur over georganiseerde complexiteiten - maar niemand die je dat in bredere context uitlegt.
Jane Jacobs
(1916 - 2006 · schrijver, stadsdenker)
WAT ZIJ ZAG
Dat een stad geen machine is die je van bovenaf ordent maar een weefsel van kleine, elkaar dragende verbanden, en dat de planologie van haar tijd precies die verbanden sloopte (The Death and Life of Great American Cities, 1961).
WAT ERMEE GEBEURDE
Geen diploma, een vrouw, een journalist: de planologie deed haar af als huisvrouw met meningen (Mumford, 1962). Het publiek las haar meteen, het vak pas een generatie later; nu is ze canon. Ze is de enige in deze galerij die haar erkenning zelf heeft afgedwongen, door een snelweg tegen te houden.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
MIJN ONTMOETING MET JANE
Nog in te vullen
NIVEAU 6 - DE SAMENLEVING
REGELEN IS EEN KWESTIE VAN AANTAL
Stafford Beer
(1926 · 2002 · cyberneticus, adviseur)
WAT HIJ ZAG
Dat de wet van Ashby twee wegen openlaat: je eigen variëteit vergroten, of die van de wereld verkleinen. En dat instituties bijna altijd de tweede kiezen, met dempers en versterkers precies andersom geïnstalleerd, en dat je daarmee vrijheid verliest zonder dat iemand het besluit (Designing Freedom, Massey Lectures 1973).
WAT ERMEE GEBEURDE
Chili overschaduwde alles: Beer werd de man van Cybersyn, een anekdote over een controlekamer. Het Viable System Model overleefde in een kleine kring; Designing Freedom werd nauwelijks gelezen. Pas in 2024 bracht Dan Davies hem terug bij een groot publiek, en toen bleek dat hij de toeslagenaffaire in 1973 al had getekend.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Variëteit en vrijheid, Vijf op Variëteit; de coda van Verhaal Twee in Helder navigeren.
MIJN ONTMOETING MET STAFFORD
Nog in te vullen
Joseph Weizenbaum
(1923 - 2008 · informaticus)
WAT HIJ ZAG
Dat de vraag niet is wat computers kunnen, maar wat we ze horen te laten doen. Dat een rekenmachine die oordeelt over mensen een reductie is die zich voordoet als oordeel (Computer Power and Human Reason, 1976). Hij wist het omdat hij ELIZA had gebouwd en zag hoe graag mensen erin geloofden.
WAT ERMEE GEBEURDE
Zijn vak noemde hem de spijtoptant, een moralist die zijn eigen vinding niet aankon. Vijftig jaar werd hij beleefd aangehaald en niet gelezen. In het jaar van de chatbots bleek zijn boek de scherpste tekst die er over bestaat.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
De computer als vervormer, Vijf op Variëteit.
MIJN ONTMOETING MET JOSEPH
Nog in te vullen
Elinor Ostrom
(1933 - 2012 · politicoloog)
WAT ZE ZAG
Dat gemeenschappen hun gemeenschappelijke bronnen (water, weidegrond, visgronden) beter beheren met veel kleine, verschillende regelstelsels die elkaar kennen dan met één groot: polycentriciteit. Ze keek naar wat mensen deden waar de theorie zei wat ze moesten doen.
WAT ERMEE GEBEURDE
Als vrouw werd haar in de jaren vijftig een promotie in de economie ontraden; ze werd politicoloog en deed veldwerk waar economen modellen maakten. Dertig jaar werd haar werk "beschrijvend" genoemd, terwijl de tragedy of the commons van Hardin (1968) als wet gold. Nobelprijs 2009, als eerste vrouw in de economie. Het Nederlandse bestuur doet nog steeds alsof alleen de staat en de markt bestaan.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Polycentriciteit is de naam van variëteit op het niveau van de samenleving.
MIJN ONTMOETING MET ELINOR
Het lezen van Elinors concept van polycentrisch bestuur (meerdere, onafhankelijke besluitvormingscentra die op verschillende niveaus opereren) was als thuiskomen. Ik had het ervaren bij de inheemse inwoners van tropische bossen. De vernietiging van die bossen had niks met tragedies of commons te maken - ook niks met marktmechanismen: dat was pure machtsuitoefening vanuit een bestuurscentrum dat geen plek kende voor lokaal bestuur.
Karl Deutsch
(1912 - 2092 · politicoloog)
WAT HIJ ZAG
Dat besturen sturen is op terugkoppeling: een regering is een zenuwstelsel dat signalen uit de samenleving ontvangt, verwerkt en erop antwoordt, en haar kwaliteit is haar leervermogen (The Nerves of Government, 1963). Zijn definitie van macht is de scherpste die ik ken: het vermogen om je te kunnen veroorloven niet te leren.
WAT ERMEE GEBEURDE
In de jaren zestig invloedrijk, daarna vergeten toen de politicologie de rationele keuze omarmde en de cybernetica uit de mode raakte. Zijn vraag, wat gebeurt er met een regering die haar terugkoppeling verliest, is sinds de toeslagenaffaire en de aanvallen op pers en rechtspraak de vraag van het moment, en vrijwel niemand kent zijn naam.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
De drager van de samenleving in Vier op Variëteit: de detector die wordt uitgeschakeld.
MIJN ONTMOETING MET KARL
"Je te kunnen veroorloven om niet te leren": het sloeg bij mij in als een bom. Ik dacht dat ik tegen een onvermogen om te leren aan keek. Maar het was juist een vermogen en het hing vast aan privileges, geld en macht. Dat is natuurlijk ook zo verkeerd aan te veel concentratie van geld en macht bij enkele personen. Iedereen denkt ergens nog steeds die personen ook kunnen en willen leren. Maar dat is dus niet het geval: het interesseert ze simpelweg niet en ze hebben het niet nodig.
NIVEAU 7 - HET LEVEN
De grond onder alle andere niveaus
Philip Anderson
(1923 · 2020 · natuurkundige)
WAT HIJ ZAG
Dat elk niveau eigen wetten heeft die niet uit het niveau eronder volgen: More Is Different (1972). De scheikunde is geen toegepaste natuurkunde, de biologie geen toegepaste scheikunde, en een organisatie geen optelsom van mensen.
WAT ERMEE GEBEURDE
Zijn eigen vak, de deeltjesfysica, las het als een budgetruzie, want dat was het ook: een polemiek tegen het idee dat alleen de kleinste schaal fundamenteel is. De Nobelprijs (1977) kreeg hij voor iets anders. Pas met het Santa Fe Institute (1984), dat hij mede oprichtte, werd het essay het grondvest van de complexiteitswetenschap.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Het hanteren van 7 verschillende niveau bij variëteit (brein, persoon, team, organisatie, stad, samenleving en leven) en ze ieder apart beschouwen heb ik rechtstreeks van Anderson.
MIJN ONTMOETING MET PHILIP
Ik kende het woord emergentie voordat ik Andersons More is different las. De lering die ik eruit haalde heb ik daarna als kostbaar kleinood overal mee naar toe genomen: op elk niveau moet je opnieuw kijken, want de wetten van dat niveau staan niet in het niveau eronder. Dat is ook de reden waarom ik bij variëteit expliciet naar de verschillende niveaus kijk en per niveau de wetten probeer te zien.
Robert Rosen
(1934 - 1998 · theoretisch bioloog)
WAT HIJ ZAG
Dat eenvoud een eigenschap is van je model, niet van de wereld, en dat levende systemen principieel niet in machinemodellen passen omdat ze hun eigen onderdelen maken (Life Itself, 1991). Wat zich eenvoudig laat beschrijven, heb je eerst eenvoudig gemaakt.
WAT ERMEE GEBEURDE
Biologen vonden hem onleesbaar, wiskundigen irrelevant, en beide hadden een punt over de stijl en geen over de inhoud. Zijn werk wordt sinds ongeveer 2009 opnieuw gelezen (Louie), in de systeembiologie en in de theorie van anticiperende systemen.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
De notie dat complexiteit de norm is, altijd en overal en eenvoud een artefact is van te ver inzoomen. Zie complexiteit.
MIJN ONTMOETING MET ROBERT
Wat ik intuïtief altijd al vermoedde: eenvoudige werkelijkheden bestaan niet. Robert maakte voor mij de intuïtie tot een harde notie. Als iemand iets eenvoudig noemt en dus eenvoudig kan worden opgelost dan heeft die persoon of zo ver ingezoomd dat de rest van de werkelijkheid totaal buiten gezichtveld is beland, of de persoon heeft een versimpeld model over de werkelijkheid heengelegd (al dan niet geholpen door computers / AI) en spreekt eigenlijk over de eenvoud van het model (en niet meer over de werkelijkheid).
Lynn Margulis
(1938 - 2011 · bioloog)
WAT ZIJ ZAG
Dat de cel met kern is ontstaan doordat de ene bacterie een andere in zich opnam en beide bleven leven: endosymbiose. Evolutie gaat niet alleen door mutatie en selectie maar door het verwerven van hele, werkende onderdelen. Door samenwerking.
WAT ERMEE GEBEURDE
Haar artikel uit 1967 werd door ongeveer vijftien tijdschriften geweigerd voor het werd geplaatst. Pas toen het moleculaire bewijs kwam (1978) draaide het vak; de mitochondriën in elke lezer van deze pagina zijn haar gelijk. Ze is ook de brug naar Simon: een stabiel geheel dat wordt toegevoegd aan een groter geheel terwijl al het andere relatief onaangeroerd doorwerkt, dat is near-decomposability als evolutiemechanisme.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
De ordening van vitale systemen in lagen; Complexiteit (in opbouw).
MIJN ONTMOETING MET LYNN
Ik startte in 1978 met mijn biologie studie. Margulis kwam daar al die tijd niet voorbij. Ik ontdekte haar pas vanwege intense nieuwsgierigheid naar moleculaire biologie en microbiologie (het vak waarin ik ben afgestudeerd). Haar manier van kijken veranderde mijn kijk op evolutie. Het was niet puur competietie en uitselecteren. Het was ook (en misschien wel meer) samenwerken.
Barbara McClintock
(1902 - 1992 · geneticus)
WAT ZIJ ZAG
Dat genen van plaats kunnen veranderen en dat het genoom daarmee antwoordt op wat het overkomt: springende genen (1950–1951). Haar Nobellezing heet The significance of responses of the genome to challenge; het genoom als systeem met responsvermogen.
WAT ERMEE GEBEURDE
Haar collega’s begrepen haar niet; na 1953 hield ze op erover te publiceren en werkte dertig jaar in stilte door. De Nobelprijs kwam in 1983, toen de moleculaire biologie transposons had herontdekt. Ze had gezegd dat ze haar maïsplanten kende als individuen; het vak hoorde daar een excentriciteit in, niet een methode.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Responsvermogen als het ene vermogen op elk niveau, Drie op Variëteit.
MIJN ONTMOETING MET BARBARA
Nog in te vullen
Fourier, Foote, Tyndall, Arrhenius
(1824–1896 · natuurkundigen van het broeikaseffect)
WAT ZE ZAGEN
Dat de lucht warmte vasthoudt. Fourier rekende in 1824 uit dat de aarde zonder atmosfeer veel kouder zou zijn. Eunice Newton Foote mat in 1856 met glazen cilinders in de zon dat koolzuurgas en waterdamp de meeste warmte vasthouden, en schreef dat een atmosfeer met meer koolzuur de aarde warmer maakt. Tyndall mat het drie jaar later precies. Arrhenius rekende het in 1896 door: verdubbeling van het koolzuur, vijf tot zes graden warmer.
WAT ERMEE GEBEURDE
Foote mocht haar artikel niet zelf voorlezen; een man deed het, en ze werd 155 jaar vergeten, tot 2011. Arrhenius werd in 1900 “weerlegd” en kreeg de Nobelprijs voor iets anders; zijn klimaatwerk sliep tot Callendar (1938, als amateur weggezet) en Keeling (1958). In 1988 getuigde Hansen voor het Congres en werd het IPCC opgericht. Vanaf dat moment was het geen slaap meer maar een slaapmiddel: de eigen wetenschappers van Exxon voorspelden de opwarming tussen 1977 en 1982 correct (Supran e.a. 2023) terwijl het bedrijf twijfel financierde (Oreskes & Conway 2010). Dit is de enige lijn in de galerij waarvan de slaap is georganiseerd. In 2026 zijn zeven van de negen planetaire grenzen overschreden.
WAAR HET HIER TERECHT KOMT EN LEEFT
Systeem aarde als grond onder alles in Vitale systemen; het doel in de interactieve kaart.
MIJN ONTMOETINGEN MET FOURIER, FOOTE, TYNDALL EN ARRHENIUS
Nog in te vullen
De gedachtengalerij
Elk icoon staat symbool voor één gedachte die de wereld "anders" benaderde dan tot dan gedaan was.
