top of page

WAAR IK ME OP BASEER

Wetenschap en andere bronnen .

Ik roep nooit zo maar wat. Ik slurp informatie. Ik wil "het" precies weten, niet zo ongeveer. Ook niet onderbouwd door dubieuze bronnen. Deze pagina geeft een opsomming van de bronnen die ik gebruikt heb bij het bouwen van mijn kennis en dus ook bij het schrijven van deze website. Het is uiteraard niet uitputtend. De lijst omvat de meest essentiële bronnen - de bronnen die handig zijn als start als je je meer wil verdiepen - met een korte aanduiding van de inhoud van de bron en waar ik het voor gebruikt heb.

​

De werkvelden Vitale Systemen , Weerbaarheid  en Variëteit, en de keynote Helder Navigerenleunen elk op een andere stapel boeken en artikelen. De eerste stapel is die van levende systemen, emergentie en verandering. De tweede stapel is die van schok en herstel. De derde is die van de cybernetica: één wet uit 1956 over het aantal antwoorden dat een systeem in huis heeft, en wat vijf vakgebieden sindsdien over datzelfde vermogen hebben ontdekt zonder elkaars woorden te gebruiken, van hersenonderzoek tot ecologie. De vierde is die van fundamentele biologische inzichten. Hieronder waar mijn denken op rust — en, eerlijk is eerlijk, dus ook een aantal waar ik me tegen afzet.

Bronnen — Vitale Systemen

​

​

Systeemdenken & complexiteit​

De fundering: leren zien hoe delen samen iets voortbrengen dat geen van de delen bezit.

​

Donella Meadows — Thinking in Systems (2008). Het boek dat "systeem" van modewoord tot werkinstrument maakt. Haar leverage points gebruik ik nog bijna wekelijks: waar grijp je in, en waar verspil je je energie?

Fritjof Capra & Pier Luigi Luisi — The Systems View of Life (2014). De brug tussen natuurkunde, biologie en het sociale. Bewijst dat systeemdenken geen metafoor is maar een samenhangende wetenschap.

Melanie Mitchell — Complexity: A Guided Tour (2009). De helderste inleiding in complexiteit die ik ken. Waar emergentie, feedback en zelforganisatie vandaan komen — zonder de wiskunde te ontwijken.

Stuart Kauffman — At Home in the Universe (1995) & Investigations (2000). Zelforganisatie als de natuurlijke neiging van materie, niet als uitzondering. Zijn "adjacent possible" — wat er op elk moment net wél mogelijk wordt — stuurt hoe ik naar verandering kijk.

​

De aarde als systeem (planetaire gezondheid)​

De buitenste rand van mijn vitale-systemen-figuur: de natuur waarbinnen alles zich afspeelt — als grens én als bron.

​

Johan Rockström, Will Steffen e.a. — Planetary Boundaries (Nature, 2009 / 2015 / 2023). De negen grenzen waarbinnen de mensheid veilig kan opereren. Geen mening, maar meetbare randen van het aardsysteem.

Kate Raworth — Doughnut Economics (2017). Koppelt het planetaire plafond aan een sociaal fundament. De donut is het scherpste beeld dat ik ken van "binnen de grenzen, en niemand eronder".

James Lovelock — Gaia: A New Look at Life on Earth (1979). De vroege, omstreden formulering van de aarde als zichzelf regulerend systeem. Lang weggehoond, inmiddels grotendeels gerehabiliteerd door de earth system science.

Sarah Whitmee e.a. — Safeguarding human health in the Anthropocene (The Lancet, 2015). Het rapport dat "planetary health" definieert: menselijke gezondheid is niet los te denken van de gezondheid van het systeem waarin we leven.

​

Verandering: complexiteit, schaal en richting​

Hier wijk ik bewust af van de gangbare transitie- en innovatieliteratuur. Die vind ik te netjes: ze beschrijft verandering als een ordelijke sprong van niche naar regime, en laat macht, kapitaal en de werkelijke grilligheid van complexe systemen buiten beeld. Dit is de lijn die ik wél overtuigend vind.

​

W. Brian Arthur — The Nature of Technology (2009), en zijn werk over increasing returns en lock-in (1989). Het werkelijke mechanisme achter een vastzittend systeem: zelfversterking. Verklaart wat de gangbare transitietheorie alleen maar benoemt.

Ilya Prigogine & Isabelle Stengers — Order Out of Chaos (1984). De fysica onder het woord "emergentie": hoe nieuwe orde ontstaat ver van evenwicht. De harde ondergrond waar veel systeemtaal overheen zweeft.

C.S. Holling & Lance Gunderson — Panarchy (2002). De adaptieve cyclus over geneste schalen tegelijk. De rijkste verandertheorie die ik ken — en de plek waar mijn werk aan vitale systemen en mijn werk aan weerbaarheid in één taal samenkomen.

Joseph Tainter — The Collapse of Complex Societies (1988). Complexiteit kent afnemende meeropbrengst. Het ongemakkelijke inzicht dat samenlevingen kunnen bezwijken onder hun eigen succes — niet ondanks, maar dóór het organiseren.

Thomas P. Hughes — Networks of Power (1983). De oorspronkelijke studie van grote technische systemen en hun "momentum". Historisch oneindig veel rijker dan het schema dat de transitieschool ervan maakte.

Carlota Perez — Technological Revolutions and Financial Capital (2002). Techno-economische paradigma's over een halve eeuw, mét de rol van kapitaal en staat. Structureel waar de meeste innovatieliteratuur naïef blijft.

Mariana Mazzucato — The Entrepreneurial State (2013) / Mission Economy (2021). Richting komt niet vanzelf uit de markt. Het tegengif tegen "laat burgers en bedrijven maar schuiven" — de staat als mede-vormgever, niet als opruimer achteraf.

Bruno Latour — Reassembling the Social (2005). Bevrijdend en gekmakend tegelijk. Latour weigert het sociale en het technische te scheiden — precies de scheiding die ons denken over systemen zo vaak mank laat lopen.

​

Levende systemen & emergente vitaliteit​

De biologie achter het woord "vitaal": leven niet als stof, maar als een eigenschap die een systeem voortbrengt en in stand houdt.

​

Humberto Maturana & Francisco Varela — The Tree of Knowledge (1987). Autopoiese: leven als datgene wat zichzelf voortdurend voortbrengt. De diepste definitie van "vitaal" die ik ken.

Lynn Margulis — Symbiotic Planet (1998). Evolutie draait minstens zoveel om samenwerking als om competitie. Leven als netwerk van symbioses — een correctie op het karikaturale "survival of the fittest".

E.O. Wilson — The Social Conquest of Earth (2012). Eusocialiteit: waarom soorten die samenwerken de aarde hebben overgenomen. De biologische basis onder mijn nadruk op samenredzaamheid.

Nicholas Christakis — Blueprint (2019). De evolutionaire wortels van het goede in ons — samenwerken, hechten, een groep vormen. Bewijs dat het sociale geen vernislaag is maar diep ingebakken.

​

Industriële ecologie & circulariteit​

De systeemlogica achter materiaal- en stofstromen — waar ik in mijn Rotterdamse jaren, met INES Mainport, zelf aan heb gebouwd.

​

Robert Frosch & Nicholas Gallopoulos — Strategies for Manufacturing (Scientific American, 1989). Het stichtende artikel: behandel industrie als een ecosysteem, waarin de afvalstroom van de één de grondstof van de ander is.

Thomas Graedel & Braden Allenby — Industrial Ecology (1995). De academische uitwerking van datzelfde idee tot een vakgebied. Mijn naslagwerk voor de harde kant van kringlopen.

Walter Stahel — The Performance Economy (2010). De pionier die al decennia over circulariteit dacht voordat het een modewoord werd. Verkoop prestatie, niet product.

Ellen MacArthur Foundation — rapporten. Waar het circulaire denken van niche naar bestuurskamer ging. Niet origineel, wel onmisbaar voor het mainstreamen ervan.

​

De stad als levend systeem​

De stad gelezen als organisme: metabolisme, schaalwetten, knooppunten in netwerken. Waar vitale systemen het meest concreet worden.

​

Jane Jacobs — The Death and Life of Great American Cities (1961). De stad als levend, zelforganiserend weefsel — decennia voordat "systeemdenken" over steden bestond. Nog altijd niet ingehaald.

Geoffrey West — Scale (2017). Steden en organismen gehoorzamen aan dezelfde schaalwetten. Het bewijs dat "de stad als levend systeem" geen metafoor is maar wiskunde.

Herbert Girardet — Cities, People, Planet (2004). Urban metabolism: de stad als doorvoer van energie en materie. De brug tussen mijn stedelijke werk en de industriële ecologie hierboven.

Saskia Sassen — The Global City (1991). De stad niet als plek maar als knooppunt in mondiale stromen. Onmisbaar tegenwicht tegen het idee dat een stad bij haar grenzen ophoudt.

Anker 1
Anker 2 - Weerbaarheid

Bronnen — Resilience/Weerbaarheid 

​

De literatuur waarop dit werkveld "rust". Per werk een korte aanduiding van wat het bijdraagt aan het denk- en werkkader.

​

Argyris, C. (1976). "Single-loop and double-loop models in research on decision making." Administrative Science Quarterly, 21(3), 363–375. — Onderscheid tussen oppervlakkig leren (single-loop) en leren waarbij je je eigen aannames herziet (double-loop). Basis voor het individuele leervermogen in de competentietabel. doi.org/10.2307/2391848

​

Argyris, C., & Schön, D. (1978). Organizational Learning: A Theory of Action Perspective. Reading, MA: Addison-Wesley. — Doortrekking van double-loop learning naar organisatieniveau. Basis voor organisationeel leervermogen.

​

Béné, C., Wood, R. G., Newsham, A., & Davies, M. (2012). "Resilience: New utopia or new tyranny? Reflection about the potentials and limits of the concept of resilience in relation to vulnerability reduction programmes." IDS Working Paper 405, Institute of Development Studies, Brighton. — Driedeling van resilience in absorptive, adaptive en transformative capacities. Vertaalt zich in de vier vermogens van het denkkader. opendocs.ids.ac.uk/articles/working_paper/Resilience_new_utopia_or_new_tyranny_Reflection_about_the_potentials_and_limits_of_the_concept_of_resilience_in_relation_to_vulnerability_reduction_programmes/26431253

​

Bridges, W. (1980). Transitions: Making Sense of Life's Changes. Reading, MA: Addison-Wesley (later: Da Capo Press). — Drie-fasenmodel van persoonlijke transitie: eindigingen, neutrale zone, nieuwe beginningen. Basis voor individueel verandervermogen.

​

Connell, J. H. (1978). "Diversity in tropical rain forests and coral reefs." Science, 199(4335), 1302–1310. — Intermediate disturbance hypothesis: matige verstoringen leiden tot hogere biodiversiteit. Wetenschappelijke basis onder het boom/bos-citaat in sectie 1. doi.org/10.1126/science.199.4335.1302

​

Diamond, A. (2013). "Executive functions." Annual Review of Psychology, 64, 135–168. — Zelfregulatie en executive function als individuele competenties voor weerbaarheid. doi.org/10.1146/annurev-psych-113011-143750

​

Festinger, L. (1957). A Theory of Cognitive Dissonance. Stanford, CA: Stanford University Press. — Cognitieve dissonantie als psychologisch mechanisme dat verandering tegenwerkt. Onderbouwt waarom paradigmaverschuiving zelden vanzelf gebeurt — collectief noch individueel. doi.org/10.1515/9781503620766

​

Flavell, J. H. (1979). "Metacognition and cognitive monitoring: A new area of cognitive-developmental inquiry." American Psychologist, 34(10), 906–911. — Metacognitie als individuele leercompetentie. doi.org/10.1037/0003-066X.34.10.906

​

Folke, C. (2006). "Resilience: The emergence of a perspective for social-ecological systems analyses." Global Environmental Change, 16(3), 253–267. — Brede review van resilience-denken in sociaal-ecologische systemen. Achtergrondkader voor het hele denkkader. doi.org/10.1016/j.gloenvcha.2006.04.002

​

Folke, C., Carpenter, S. R., Walker, B., Scheffer, M., Chapin, T., & Rockström, J. (2010). "Resilience thinking: Integrating resilience, adaptability and transformability." Ecology and Society, 15(4), 20. — Verbinding tussen resilience, adaptief vermogen en transformatie. Centrale referentie voor de logica van de vier vermogens. ecologyandsociety.org/vol15/iss4/art20

​

Geels, F. W. (2002). "Technological transitions as evolutionary reconfiguration processes: A multi-level perspective and a case-study." Research Policy, 31(8-9), 1257–1274. — Multi-level perspective op systeemtransities. Basis voor gemeenschappelijk verandervermogen. doi.org/10.1016/S0048-7333(02)00062-8

​

Gross, J. J. (1998). "The emerging field of emotion regulation: An integrative review." Review of General Psychology, 2(3), 271–299. — Emotieregulatie als individuele veerkracht-competentie. doi.org/10.1037/1089-2680.2.3.271

​

Hayes, S. C., Strosahl, K. D., & Wilson, K. G. (2011). Acceptance and Commitment Therapy: The Process and Practice of Mindful Change (2nd ed.). New York: Guilford Press. — Psychologische flexibiliteit als kern van ACT. Individuele veerkracht.

​

Holling, C. S. (1973). "Resilience and stability of ecological systems." Annual Review of Ecology and Systematics, 4, 1–23. — Klassiek vertrekpunt van resilience-theorie in ecologie. Basis voor het hele resilience-vocabulaire. doi.org/10.1146/annurev.es.04.110173.000245

​

Kegan, R. (1994). In Over Our Heads: The Mental Demands of Modern Life. Cambridge, MA: Harvard University Press. — Volwassen ontwikkelingsstadia, identiteit en paradigma's loslaten. Basis voor individueel verandervermogen.

Kuhn, T. S. (1962). The Structure of Scientific Revolutions. Chicago: University of Chicago Press. — Paradigmaverschuivingen. Basis voor collectief verandervermogen.

​

Loorbach, D. (2010). "Transition management for sustainable development: A prescriptive, complexity-based governance framework." Governance, 23(1), 161–183. — Transitiemanagement en machtsherverdeling. Basis voor collectief verandervermogen. doi.org/10.1111/j.1468-0491.2009.01471.x

​

McGilchrist, I. (2009). The Master and His Emissary: The Divided Brain and the Making of the Western World. New Haven: Yale University Press. — Linker- en rechter-hemisfeer als culturele diagnose. Wetenschappelijk fundament onder de "werken aan transities / transities in het werken"-poster uit Studio Ongemak.

​

McGilchrist, I. (2021). The Matter With Things: Our Brains, Our Delusions, and the Unmaking of the World. London: Perspectiva Press. — Verdere uitwerking van het eerdere werk.

​

Meadows, D. H. (1999). Leverage Points: Places to Intervene in a System. Hartland: Sustainability Institute. — Twaalf hefboompunten voor systeemverandering. Onmisbaar voor het denken over collectief verandervermogen. donellameadows.org/archives/leverage-points-places-to-intervene-in-a-system

​

Meadows, D. H. (2008). Thinking in Systems: A Primer (D. Wright, Ed.). White River Junction: Chelsea Green Publishing. — Toegankelijke introductie tot systeemdenken. Posthume publicatie.

​

Mezirow, J. (1991). Transformative Dimensions of Adult Learning. San Francisco: Jossey-Bass. — Transformative learning. Basis voor individueel verandervermogen.

​

Ostrom, E. (1990). Governing the Commons: The Evolution of Institutions for Collective Action. Cambridge: Cambridge University Press. — Commons-governance (Nobelprijs Economie 2009). Basis voor sociaal kapitaal en zelf-organisatie in de emergente kolom. doi.org/10.1017/CBO9780511807763

​

Putnam, R. D. (2000). Bowling Alone: The Collapse and Revival of American Community. New York: Simon & Schuster. — Sociaal kapitaal. Basis voor gemeenschappelijke weerbaarheid.

​

Quarantelli, E. L. (Ed.) (1998). What is a Disaster? Perspectives on the Question. London: Routledge. — Emergente organisatie in rampen. Centrale theoretische basis voor de emergente kolom in sectie 5.

​

Sampson, R. J. (2012). Great American City: Chicago and the Enduring Neighborhood Effect. Chicago: University of Chicago Press. — Collectieve werkzaamheid in buurten. Basis voor gemeenschappelijke veerkracht.

​

Solnit, R. (2009). A Paradise Built in Hell: The Extraordinary Communities That Arise in Disaster. New York: Viking. — Hoe gemeenschappen zich onder rampen spontaan organiseren. Empirische basis voor de emergente kolom.

​

Suddendorf, T. (2013). The Gap: The Science of What Separates Us From Other Animals. New York: Basic Books. — Prospectieve cognitie en "mental time travel". Basis voor individuele anticipatie.

​

Taleb, N. N. (2007). The Black Swan: The Impact of the Highly Improbable. New York: Random House. — Zwarte zwanen: zeldzame, onvoorspelbare gebeurtenissen met enorme impact. Vertrekpunt voor de discussie in sectie 1.

​

Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things That Gain from Disorder. New York: Random House. — Anti-fragiliteit als individueel-georiënteerd alternatief op resilience. Vertrekpunt voor de discussie over collectieve weerbaarheid.

​

Tedeschi, R. G., & Calhoun, L. G. (2004). "Posttraumatic growth: Conceptual foundations and empirical evidence." Psychological Inquiry, 15(1), 1–18. — Post-traumatic growth. Individuele veerkracht. doi.org/10.1207/s15327965pli1501_01

​

Walker, B., Holling, C. S., Carpenter, S. R., & Kinzig, A. (2004). "Resilience, adaptability and transformability in social-ecological systems." Ecology and Society, 9(2), 5. — Onderscheid tussen resilience, adaptability en transformability als drie afzonderlijke systeemvermogens. Vormt samen met Béné c.s. en Folke c.s. de empirische basis voor de vier vermogens in het denkkader. ecologyandsociety.org/vol9/iss2/art5

​

Weick, K. E., & Sutcliffe, K. M. (2015). Managing the Unexpected: Sustained Performance in a Complex World (3rd ed.). Hoboken, NJ: Wiley. — High Reliability Organizations. Basis voor organisationeel leervermogen.

​

Aanvullende bronnen

Postma, A. (2019). De gekke mier [Video]. Verteld door boswachter Arjan Postma; samengevat door Lagant Coaching & Training. — Verhaal van rode bosmieren in nesten die in de schaduw komen, en de verkenner-mieren die nieuwe nestplekken vinden. Naamgever van de "gekke mieren" in Atelier Polycrisis. lagant.nl/blog/de-gekke-mier

​

Steketee, H. (2 september 2022). "De grote versnelling: hoe de ene crisis de volgende aanjaagt." NRC Handelsblad. — Eerste brede Nederlandse media-aandacht voor de term "polycrisis". Markeert het moment waarop Atelier Polycrisis zijn naam vindt. nrc.nl/nieuws/2022/09/02/de-grote-versnelling-hoe-de-ene-crisis-de-volgende-aanjaagt-a4140638

​

Van Buuren, A. (2023). Column over Atelier Polycrisis. Publiek Denken, editie 57. — Externe wetenschappelijke reflectie op het werk van Atelier Polycrisis door een hoogleraar bestuurskunde, Erasmus Universiteit. specials.publiekdenken.nl/publiek-denken-57/column-arwin-van-buuren

Anker Variëteit

Bronnen — Variëteit 

De literatuur onder het denkkader Variëteit: één wet uit de cybernetica, en wat vijf vakgebieden sindsdien over hetzelfde vermogen hebben ontdekt zonder elkaars woorden te gebruiken. Per werk een korte aanduiding van wat het bijdraagt en waar het op de pagina terugkomt.
 

De wet en de man

Ashby, W. R. (1952). Design for a Brain: The Origin of Adaptive Behaviour. London: Chapman & Hall. — Het boek van de Homeostat en van de essentiële variabele: de grootheden die binnen grenzen moeten blijven wil een systeem in leven blijven. Basis voor sectie Twee en voor de simulatie op de pagina.
 

Ashby, W. R. (1956). An Introduction to Cybernetics. London: Chapman & Hall. — De wet van vereiste variëteit, hoofdstuk 11: alleen variëteit kan variëteit absorberen. Het fundament onder de hele pagina. Vrij beschikbaar via de Principia Cybernetica: pcp.vub.ac.be/books/IntroCyb.pdf
 

Ashby, W. R. (1958). "Requisite variety and its implications for the control of complex systems." Cybernetica, 1(2), 83–99. — De wet in artikelvorm, met de expliciete toepassing op het besturen van complexe systemen. Voor wie de bewijsvoering wil zien in plaats van de samenvatting.
 

Conant, R. C., & Ashby, W. R. (1970). "Every good regulator of a system must be a model of that system." International Journal of Systems Science, 1(2), 89–97. — Het vervolg op de wet: wie een systeem wil reguleren, moet er een model van in zich dragen. Onderbouwt de stelling in sectie Twee dat "het probleem in kaart hebben" iets anders is dan "ermee kunnen omgaan": de kaart is pas een model als ze de variëteit van het systeem bevat. doi.org/10.1080/00207727008920220
 

Beer, S. (1972). Brain of the Firm. London: Allen Lane. / (1979). The Heart of Enterprise. Chichester: Wiley. — Ashby vertaald naar organisaties: het Viable System Model en de "variety engineering". De bron van de conclusie in sectie Twee dat geen enkel centrum de variëteit van zijn omgeving kan evenaren, en dat variëteit dus georganiseerd moet worden waar de verstoring zich voordoet.
 

Beer, S. (1974). Designing Freedom. Toronto: CBC (Massey Lectures). — Dezelfde gedachte in zes radiolezingen, zonder diagrammen. De toegankelijkste ingang in Beer, en de plek waar hij de wet politiek maakt: wie variëteit onderdrukt in naam van de beheersbaarheid, onderdrukt vrijheid.
 

De Sitter, L. U., Den Hertog, J. F., & Dankbaar, B. (1997). "From complex organizations with simple jobs to simple organizations with complex jobs." Human Relations, 50(5), 497–534. — De Nederlandse sociotechniek in één artikel: Ashby's wet toegepast op organisatieontwerp, met regelvermogen als de variëteit die laag in de organisatie moet zitten om verstoringen op te vangen waar ze ontstaan. De traditie waar mijn werk het dichtst bij staat en waarvan ik de vier andere niveaus erbij neem (sectie Drie, de organisatie). doi.org/10.1023/A:1016987702271
 

Achterbergh, J., & Vriens, D. (2009). Organizations: Social Systems Conducting Experiments. Berlin: Springer. — De theoretische uitwerking van De Sitter met Ashby en Beer als fundament, en met Luhmann erbij. Het meest grondige Nederlandse boek over variëteit in organisaties, ook al heet het nergens zo. doi.org/10.1007/978-3-642-00110-9

Vijf niveaus: brein, persoon, team, organisatie, samenleving
 

McGilchrist, I. (2009). The Master and His Emissary. / (2021). The Matter With Things. — Zie het weerbaarheidsblok hierboven. "hier gebruikt voor presenteren en re-presenteren, en voor de stelling dat de linkerhelft haar eigen grenzen niet ziet; de aandachtsasymmetrie zelf is de empirische basis, zijn cultuurdiagnose de interpretatie."

​

Rogers, L. J., Vallortigara, G., & Andrew, R. J. (2013). Divided Brains: The Biology and Behaviour of Brain Asymmetries. Cambridge: Cambridge University Press. — Het bewijs dat de verdeling van aandacht over twee hersenhelften geen menselijke eigenaardigheid is maar een erfenis van vrijwel alle gewervelde dieren, van kuiken tot bij. Onderbouwt dat de responsruimte begint bij wat je kunt zien (sectie Drie, het brein). doi.org/10.1017/CBO9780511793899
 

Hooijberg, R., Hunt, J. G., & Dodge, G. E. (1997). "Leadership complexity and development of the Leaderplex model." Journal of Management, 23(3), 375–408. — Behavioural complexity: effectieve leiders hebben geen betere stijl maar een breder repertoire en kunnen wisselen. De basis onder het tweede niveau en onder de manager uit het derde voorbeeld bovenaan de pagina. doi.org/10.1177/014920639702300305
 

Kashdan, T. B., & Rottenberg, J. (2010). "Psychological flexibility as a fundamental aspect of health." Clinical Psychology Review, 30(7), 865–878. — Psychologische flexibiliteit als het vermogen om van respons te wisselen al naar gelang de situatie, en de samenhang ervan met gezondheid. De persoonlijke responsruimte, en de brug naar het coachingwerk. doi.org/10.1016/j.cpr.2010.03.001
 

Hong, L., & Page, S. E. (2004). "Groups of diverse problem solvers can outperform groups of high-ability problem solvers." PNAS, 101(46), 16385–16389. — Het formele resultaat achter het derde niveau: groepen met verschillende denkmodellen presteren onder voorwaarden beter dan groepen van betere individuen. doi.org/10.1073/pnas.0403723101
 

Page, S. E. (2007). The Difference: How the Power of Diversity Creates Better Groups, Firms, Schools, and Societies. Princeton: Princeton University Press. — De uitwerking van dat resultaat, met het onderscheid dat de pagina overneemt: niet wie er aan tafel zit (diversiteit) maar welke denkmodellen er aan tafel komen en gebruikt worden (variëteit).
 

Stasser, G., & Titus, W. (1985). "Pooling of unshared information in group decision making: Biased information sampling during discussion." Journal of Personality and Social Psychology, 48(6), 1467–1478. — Het hidden-profile-experiment: groepen bespreken wat iedereen al weet en laten liggen wat maar één iemand weet. De verklaring waarom variëteit aan tafel verdwijnt zonder dat iemand het merkt. doi.org/10.1037/0022-3514.48.6.1467
 

Elmqvist, T., Folke, C., Nyström, M., Peterson, G., Bengtsson, J., Walker, B., & Norberg, J. (2003). "Response diversity, ecosystem change, and resilience." Frontiers in Ecology and the Environment, 1(9), 488–494. — Het begrip response diversity: niet het aantal soorten bepaalt de veerkracht van een ecosysteem, maar het aantal verschillende manieren waarop soorten op dezelfde verstoring reageren. Het vijfde niveau, en het scherpste wetenschappelijke onderscheid tussen diversiteit en variëteit dat ik ken. doi.org/10.1890/1540-9295(2003)001[0488:RDECAR]2.0.CO;2
 

Walker, B. H., Crépin, A.-S., Nyström, M., Anderies, J. M., Andersson, E., Elmqvist, T., e.a. (2023). "Response diversity as a sustainability strategy." Nature Sustainability, 6, 621–629. — Response diversity doorgetrokken van ecosystemen naar economieën, organisaties en samenlevingen, met de waarschuwing dat efficiëntie en standaardisatie haar stelselmatig afbreken. De brug van het vijfde niveau terug naar het vierde. doi.org/10.1038/s41893-022-01048-7

 

Variëteit en vrijheid

Beer, S. (1974). Designing Freedom. Toronto: CBC (Massey Lectures, 1974). Een van de belangrijkste citaten uit lezing II: "we lose the freedoms we have, when our variety is attenuated, because we are not asked how the attenuation should be done." Dit is de plek waar Beer de wet van Ashby politiek maakt.

​

Habermas, J. (1981). Theorie des kommunikativen Handelns. Frankfurt: Suhrkamp. — Systeem en leefwereld, en de kolonisering van de leefwereld door geld en macht. Het sociologische spiegelbeeld van Beers variëteitsdemping: wat voor de cyberneticus verlies van variëteit is, is voor de socioloog verlies van leefwereld.

​

Scott, J. C. (1998). Seeing Like a State: How Certain Schemes to Improve the Human Condition Have Failed. New Haven: Yale University Press. — Leesbaarheid: de staat vereenvoudigt om te kunnen zien, en vernietigt wat hij niet kan lezen. De historische onderbouwing van de tweede weg van Beer.

​

Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (2020). Ongekend onrecht. Den Haag: Tweede Kamer. — Het Nederlandse bewijs: een uitvoeringssysteem met variëteit één tegenover tienduizenden situaties.

​

Rechtbank Den Haag (5 februari 2020). Uitspraak over het Systeem Risico Indicatie (SyRI), ECLI:NL:RBDHA:2020:865. — Het verbod op een risicoalgoritme dat wijken tot risico reduceerde zonder inzicht in hoe; de rechter als variëteitsbewaker.

​

Twee bronnen: beschermen en maken

March, J. G. (1991). "Exploration and exploitation in organizational learning." Organization Science, 2(1), 71–87. — Waarom organisaties hun eigen variëteit vernietigen zonder kwade wil: exploratie verliest op korte termijn altijd van exploitatie, en de meeste sturing is korte termijn. De kern van sectie Vier, "beschermen". doi.org/10.1287/orsc.2.1.71
 

Taylor, S. S., & Ladkin, D. (2009). "Understanding arts-based methods in managerial development." Academy of Management Learning & Education, 8(1), 55–69. — De vier manieren waarop kunst in leiderschapsontwikkeling werkt (vaardigheid, projectie, illustratie, maken), en waarom het geen versiering is maar een manier om van perspectief te wisselen. Theoretische basis onder "maken" en onder Artistic Thinking. doi.org/10.5465/amle.2009.37012179
 

Outcomes of Art-Based Leadership Development: A Qualitative Metasummary (2024). Behavioral Sciences, 14(8). — Samenvatting van de uitkomsten van kunstgebaseerde leiderschapsprogramma's over studies heen: perspectiefwisseling, omgaan met onzekerheid, zelfkennis. Het empirische bewijs dat sectie Vier aanhaalt.
 

Lehtimäki, H., e.a. (2026). Arts-based methods in leadership education. International Journal of Management Education, 24(1). — Het recentste overzicht, met de bevinding dat de effecten ook optreden bij deelnemers zonder artistieke achtergrond. doi.org/10.1016/j.ijme.2025.101306 [1, 2]

​

Twee dieren

Modlmeier, A. P., Keiser, C. N., Watters, J. V., Sih, A., & Pruitt, J. N. (2014). "The keystone individual concept: an ecological and evolutionary overview." Animal Behaviour, 89, 53–62. — Het keystone individual: één dier dat door zijn gedrag onevenredig bepaalt wat de groep doet, en de bevinding dat kolonies met meer onderling verschil in durf en exploratie het beter doen in een veranderende omgeving. De wetenschap achter de gekke mier (sectie Vijf). doi.org/10.1016/j.anbehav.2013.12.020
 

Postma, A. — De gekke mier. Zie "Aanvullende bronnen" in het weerbaarheidsblok. Hier de verteller van het verhaal waarmee sectie Vijf opent.

Mount St. Helens en de goffers — zie "Bronnen — Helder Navigeren" hieronder (Allen & McMahon 1983; Maltz e.a. 2024).

Anchor Helder navigeren

Bronnen — Helder Navigeren

Resilience, Mount St. Helens en de goffers
Allen, M.F. & McMahon, J.A., experiment 1983; Maltz, M.R. et al.
, Frontiers in Microbiomes, 2024; UC Riverside News, "How gophers brought Mount St. Helens back to life in one day",

5 november 2024. Uitbarsting 18 mei 1980: U.S. Geological Survey.


W. Ross Ashby: Design for a Brain (1952), An Introduction to Cybernetics (1956); Time Magazine, "Science: The Thinking Machine", 24 januari 1949;

Norbert Wiener, The Human Use of Human Beings (1950).


Iain McGilchrist: The Master and His Emissary (2009), The Matter with Things (2021).

Lateralisatie
Rogers, L.J. & Vallortigara, G., "From antenna to antenna: lateralization of odour memory recall by honeybees", PLoS ONE, 2008;
Pascual, A. et al., "Neuroanatomy: brain asymmetry and long-term memory", Nature, 2004;
MacNeilage, P.F., Rogers, L.J. & Vallortigara, G., "Origins of the left and right brain", Scientific American, 2009;

Rogers, L. J., Vallortigara, G., & Andrew, R. J. (2013). Divided Brains: The Biology and Behaviour of Brain Asymmetries, Cambridge University Press, 2013.

Beeld in de filmpjes
Mount St. Helens 1980, U.S. National Archives (publiek domein).
Gravende goffer: Greg Thorsen, "Gopher Digging a Hole" (YouTube).
Barnwood House: Richard Auckland, "Barnwood House Hospital – Then & Now" (YouTube);
archieffoto's Ashby en zijn lab: The W. Ross Ashby Digital Archive (rossashby.info). Merel: Meneer Spoor, "Een foeragerende merel (Turdus merula) op zoek naar regenwormen" en Jozef van der Heijden, "Merel juveniel zoekt naar voedsel" (beide YouTube).

Montage en teksten: Maarten Nypels. Keynote uitgesproken op 3 september 2026, Het Timmerhuis, Rotterdam.

©2026 door Wijs Verder

KvK-nummer: 42062406

bottom of page